Spring naar inhoud

Snellere afhandeling van letselschade

Snelle afhandeling biedt voordelen

Van de ongeveer 65.000 letselschadegevallen per jaar, wordt 90% binnen twee jaar afgehandeld en 97% binnen vijf jaar. Dit zijn statistieken waar verzekeraars niet blij van worden. Want elk open dossier kost aandacht, tijd en dus geld. Voor verzekeraars is de snelheid waarmee een schadedossier wordt afgehandeld een belangrijke performance indicator. Maar ook al heeft een voorspoedige sluiting van letselschadedossiers de voorkeur, dat wil niet zeggen dat verzekeraars ten koste van alles letselschadedossiers willen afsluiten. Zeker als het gaat om letselschades waar stevige bedragen worden geclaimd, nemen verzekeraars de tijd om te beoordelen of het hoge bedrag in verhouding staat tot de geleden schade. Want ook bij een verzekeringsmaatschappij telt het bedrag onderaan de streep en speelt de angst om ongewenste jurisprudentie te creëren. Letselschade advocaten die speculeren dat een maatschappij exorbitante schadevergoedingen uitbetaalt om hun performance indicators te verbeteren, komen gewoonlijk dan ook van een koude kermis thuis.

Onzekerheid heeft een negatief effect op herstel

Naast de voordelen die een voortvarende schadeafhandeling voor de verzekeringsmaatschappij oplevert, heeft ook het slachtoffer baat bij een snelle afsluiting van het proces. Onderzoek geeft aan dat langere perioden van radiostilte, waarin het slachtoffer geen informatie krijgt over de voortgang van zijn dossier, de onzekerheid van het slachtoffer versterkt. Daarnaast zijn er veel aanwijzingen in de onderzoeksliteratuur dat onzekerheid over de uitkomst van de afhandeling het herstel van het slachtoffer negatief beïnvloedt.

Naar een algemeen geldend normeringstelsel?

Vanuit verschillende hoeken is er dus een behoefte om letselschadedossiers vlotter af te wikkelen. Al jarenlang pleit het Verbond van Verzekeraars daarom voor een normeringstelsel dat voor alle betrokkenen acceptabel zou moeten zijn. Dit normeringstelsel zou dan afspraken moeten bevatten over vaste vergoedingen per aandoening en ook de toe te passen rekenmodellen moeten aangeven. Door toepassing van een algemeen geldend normeringstelsel zouden slachtoffers op transparante wijze kunnen zien op welke schadevergoeding ze recht hebben. De dagelijkse praktijk blijkt evenwel weerbarstig. Want belangenbehartigers van slachtoffers werpen tegen dat de situatie van hun cliënten vaak volstrekt uniek is en dat een uniform vergoedingenstelsel daaraan geen recht kan doen. Daarnaast speelt nog dat een overeenstemming over de schadevergoeding pas bereikt kan worden wanneer duidelijk is wat de medische eindtoestand is van het slachtoffer. Vooral bij minderjarige, in de groei zijnde slachtoffers van letselschade, speelt dit een belangrijke rol. Hoe dan ook lijkt de wens van het Verbond van Verzekeraars om 100% van alle letselschadegevallen binnen twee jaar te schikken onhaalbaar en lijkt een vermindering van het aantal vacatures voor letselschadebehandelaars nog niet in zicht.